Bij vrijwel ieder project in de openbare ruimte vormt een KLIC-melding de basis voor werkzaamheden in de ondergrond. Logisch, want een KLIC-melding geeft inzicht in de ligging van kabels en leidingen die geregistreerd zijn bij netbeheerders.
Toch bestaat er een hardnekkig misverstand: dat een KLIC-melding automatisch een volledig en actueel beeld geeft van alles wat zich onder de grond bevindt.
In de praktijk blijkt dat niet altijd het geval. Juist daarom is aanvullend onderzoek vaak essentieel om verrassingen tijdens de uitvoering te voorkomen.
Een KLIC-melding is een vertrekpunt
Een KLIC-melding levert waardevolle informatie op. Het geeft inzicht in de geregistreerde ligging van kabels en leidingen van verschillende netbeheerders en vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de voorbereiding.
Maar een KLIC-melding is gebaseerd op beschikbare registraties. En zoals bij iedere registratie kunnen er verschillen ontstaan tussen de beschikbare gegevens en de werkelijke situatie buiten.
Dat hoeft niet direct een probleem te zijn, zolang hier in de voorbereiding rekening mee wordt gehouden.
Waarom de praktijk soms anders is
De ondergrond is continu in beweging. Kabels en leidingen worden vervangen, aangepast, uitgebreid of verwijderd. Daarnaast zijn oudere gegevens niet altijd even nauwkeurig vastgelegd als tegenwoordig gebruikelijk is.
Daardoor kunnen situaties ontstaan waarbij:
- Kabels of leidingen anders liggen dan verwacht
- Diepteliggingen afwijken van de beschikbare gegevens
- Niet alle objecten volledig in kaart zijn gebracht
- Historische informatie ontbreekt
- Eerdere werkzaamheden niet volledig zijn verwerkt in de registraties
Juist bij complexe projecten kan dit grote gevolgen hebben voor de planning en uitvoering.
De waarde van een goede bureaustudie
Om risico’s vroegtijdig inzichtelijk te maken, starten wij regelmatig met een uitgebreide bureaustudie.
Hierbij kijken we verder dan alleen de KLIC-gegevens. We combineren beschikbare informatie uit verschillende bronnen en brengen mogelijke knelpunten in beeld voordat de uitvoering start.
Een goede bureaustudie helpt bij:
- Het identificeren van raakvlakken
- Het beoordelen van risico’s
- Het plannen van vervolgonderzoek
- Het verbeteren van ontwerpkeuzes
- Het voorkomen van vertragingen
Vaak levert deze fase al belangrijke inzichten op die later veel tijd en kosten kunnen besparen.
Wanneer veldonderzoek noodzakelijk wordt
Soms is aanvullende verificatie in het veld nodig.
Wanneer de beschikbare informatie onvoldoende zekerheid biedt, kan veldonderzoek uitkomst bieden. Denk bijvoorbeeld aan het lokaliseren van kabels en leidingen, het uitvoeren van proefsleuven of het controleren van bestaande situaties.
Door vroegtijdig onderzoek uit te voeren ontstaat een betrouwbaarder beeld van de ondergrond. Hierdoor kunnen ontwerpkeuzes beter worden onderbouwd en wordt de kans op onverwachte situaties tijdens de uitvoering aanzienlijk kleiner.
Voorkomen is beter dan herstellen
Vertragingen ontstaan vaak niet tijdens de uitvoering zelf, maar doordat vooraf onvoldoende inzicht aanwezig was.
Een onverwachte kabel, een afwijkende ligging of een ontbrekende registratie kan gevolgen hebben voor planning, vergunningen, ontwerpaanpassingen en uitvoeringswerkzaamheden.
Door tijdig onderzoek uit te voeren kunnen veel van deze risico’s worden beperkt of zelfs volledig worden voorkomen.
Grip op de ondergrond
Bij Inframeesters zien we dagelijks hoe belangrijk een goede voorbereiding is. Een KLIC-melding vormt daarbij een waardevolle basis, maar zelden het complete verhaal.
Door bureaustudies, veldonderzoeken en verificaties slim in te zetten, ontstaat een realistischer beeld van de werkelijke situatie. En juist dat inzicht zorgt voor betere besluitvorming, minder risico’s en een soepelere uitvoering.
Hoe eerder je inzicht hebt in de werkelijke situatie onder de grond, hoe kleiner de kans op verrassingen tijdens de uitvoering.
Inframeesters
Architecten van de ondergrond.